Rwanda werd in de jaren 1990 tot 1995 geteisterd door twee oorlogen.De genocide die zich daar voordeed was dikwijls een hoofditem in ons dagelijks journaal. Ook het centrum ontsnapte er niet aan.
De oorlog is volop aan de gang en broeder Cyriel beschrijft zijn ervaringen :
Einde 1991 vroeg de president , langs de bisschop van Byumba, de hulp van religieuzen om zich het lot van de ontheemden in de kampen aan te trekken. We vormden ter plaatse een comité en bezochten regelmatig de kampen om vooral de kinderen te voorzien van kleren en voedsel. Het was het begin van een drie jaar durende inzet die me hoe langer hoe meer in beslag nam, met als hoogtepunt de vorming van kampen in Kisaro over een lengte van 12 km. Dit met een bevolking van meer dan 100.000 mensen.
Vermits ik aangsteld en gesteund was door het hoogste gezag van het land, kon ik onafhankelijk van iedereen handelen voor de organisatie van de kampen.
Het centrum nam op zich :
    - De voeding en de verzorging van alle kinderen beneden de 5 jaar.
    - De organisatie van het onderwijs van schoolplichtige kinderen.
    - De werkvoorziening van een groot deel van de mannen.

De reputatie verworven door de officiële erkenning van Kisaro gaf toegang tot alle instanties, zodanig dat het mogelijk was voeding en subsidies te bekomen en doeltreffend te werken. Dit duurde tot 1993. Toen werd het kamp in Kisaro op zijn beurt beschoten en alle kampbewoners werden verdreven samen met de plaatselijke bevolking. Op 15 km van Kigali werden al deze mensen in een nieuw kamp ondergebracht. Ikzelf werd ook gedwongen om het centrum te verlaten. Uitgeput kwam ik in België aan. Na een rustperiode van drie maanden ben ik naar Rwanda teruggekeerd. Er was een overeenkomst getekend. De vijand moest zich terugtrekken tot op enkele km ten noorden van Kisaro. Er werd een gedemilitariseerde zone geschapen en Kisaro lag daar middenin. Ik kreeg van het ministerie van binnenlandse zaken de opdracht om die zone te besturen en ik nam weer bezit van het geplunderde en beschadigde centrum. Met mij mochten ook alle bewoners van die zone terugkeren. Ook hun huizen waren leeggehaald en hun velden overwoekerd.
Met de inzet van iedereen werden alle gronden weer klaargemaakt en om de mensen zo vlug mogelijk terug voedsel te bezorgen had ik 300 kg zaad van witte kool ingevoerd vanuit België. Dit bood een redplank voor iedereen. Het zaad werd uitgedeeld en de mensen kregen de belofte dat het centrum heel de productie zou opkopen om deze naar de kampen te brengen en ze daar uit te delen. Het was een gewaagd voornemen, want er was op dat ogenblik geen geld om te betalen. De hemel kwam ertussen en inspireerde een weldoener om 100.000 fr. te schenken voor onze actie "witte kool". Na een paar maanden begon de aanvoer. We leverden tweemaal per week een vracht van 4 ton naar de kampen van Nyacyonga, Muhondo en Murambi.
De mensen van Kisaro waren gered : ze hadden te eten en kregen geld voor de kool die ze verkochten en de mensen in de kampen konden hun honger stillen. Al bij al was het een geslaagde actie !

Op het centrum kwam er ook weer leven. Alle terrassen werden omgehakt. Er werd aan de mannen gevraagd bij het omhakken alle knollen te verzamelen om te kunnen dienen als plantgoed. Nergens was er immers nog plantgoed te vinden. Zo kregen we 2.000 kg aardappelen bij elkaar. Dit steld ons opnieuw in staat onze goede variëteiten te selecteren. Er werd ook veel geterrasserd voor de mensen in de gedemilitariseerde zone. Het was niet moeilijk daarvoor financieringen te bekomen in die tijd. Ook schoollokalen werden hersteld, maar we wisten dat er eigenlijk niets duurzaam was...want op elk moment kon de oorlog weer losbarsten. Maar het was een kwestie dat de mensen moesten leven. Dankzij de grote vrijheid die ik genoot in deze zone, had ik zeer veel mogelijkheden die de mensen ten goede kwamen. Zo werd het gewone leven voor de mensen terug een beetje normaal.

We naderden Pasen 1994. De president werd vermoord ! De laatste stuiptrekkingen van het regime uitten zich in nooit gehoorde baldadigheden. Dit betekende het einde van een veelbelovend tijdperk in de Rwandese geschiedenis. We werden weeral eens verjaagd. Aan de mensen uit de gedemilitariseerde zone Kisaro werd aangeraden zich enkele km noordwaarts te verplaatsen. Dit was hun redding. Ikzelf bleef bij hen en kon bij de militaire overheid ten beste spreken. Ze bleven gespaard en na een mand konden ze terugkeren naar huis. Ik werd het land uitgezet en kon weer naar België afreizen voor een onbepaald periode...

Getergd door de onzekerheid over het lot van onze mensen, nam ik de gelegenheid te baat om met de eerste vlucht naar Kigali te vertrekken. Het werd een blij weerzien! Onze mensen waren gespaard gebleven. Er was hoop op een nieuw begin. Dit bezoek van 2 tot 17 september 1994 was een goed contact met de bevolking van Kisaro en omgeving. Het liet me toe plannen te maken voor een definitieve terugkeer.
Op 25 oktober was het dan zover. Ik vloog terug met een Russische cargo, waarin ik ook gratis een ton materiaal kon meenemen. Dit alles op kosten van Caritas. Ik vond er een totaal leeggeroofd centrum. Het feit dat de bevolking van Kisaro aanwezig was, gaf me de moed om te herbeginnen...En hoewel ik met de mensen kon werken werd me toch de toegang tot het centrum ontzegd. Dat duurde nog tot januari1995. Toen ontruimde het leger het centrum. Vanweg de militaire overheid werd me het bevel gegeven het werk te hervatten.

Ik kwam in contact met een Duitse jumelage-organisatie : die aanvaardde zonder dralen de financiering voor het bouwen en herstellen van huisjes voor weduwen en ook van klaslokalen. Die alles gaf werk aan de bevolking, die uitmuntte in spontane solidariteit. Er werd hard gewerkt.
Er was me ook opgedragen de broedersschool in Buymba te herstellen en het broedershuis weer bewoonbaar te maken. Gedragen door de sympathie van gans de bevolking voede ik me aangemoedigd tot totale inzet. We bouwen en herstelden in een tijdspanne van drie jaar ongeveer 400 huisjes voor weduwen en 60 klassen voor de lagere scholen uit de omgeving. Het landbouwwerk op het centrum was in volle ontplooiing. Ook de vrouwengroepen waren geestdriftig om alles nieuw te maken. Het was helemaal niet moeilijk om orgaisaties zoals de F.A.O. te interesseren voor Kisaro. Ze zagen met bewondering de heropleving van alle structuren en hielpen en graag aan mee. Kisaro werd weer toonaangevend. Kisaro was zelfs de enige streek die weer leefbaar was. Het leek herrezen uit het puin van een wreed verleden...